Op het YouTube kanaal van het Amerikaanse Audioholics staat een video met als titel “Is Audiophile Snobbery Ruining our Hobby?” Het is een videogesprek van de CEO van Audioholics Gene DellaSala met twee deskundigen uit de HiFi en HighEnd wereld.

Zij noemen diverse soorten snobisme, bijvoorbeeld snobisme dat betrekking heeft op het bezitten van dure apparatuur of op exclusieve technische kennis. Maar je kunt ook snobisme noemen dat betrekking heeft op kennis van muziekgenres. Of het vintagesnobisme van specialisten die fantastische apparatuur voor een onwaarschijnlijk mooie prijs bemachtigen. Vervolgens gaat het gesprek in de video een flinke tijd over het arrogante gedrag van sommige deelnemers aan audiofiele forums die zich beter voelen dan anderen. Men vindt dat een uiting van het snobisme dat in de audiofiele wereld nogal eens voor zou komen.

Het is duidelijk dat de sprekers van Audioholics snobisme ethisch verwerpelijk vinden. Snobisme heeft echter niet alleen ethische aspecten, het bepaald ook mede hoe de HiFi industrie er uit ziet en zich ontwikkelt. Regelmatig uiten deskundigen hun bedenkingen over de toekomst van deze sector. Kortgeleden nog verwoordt ook Jaap Veenstra op Alpha-Audio zijn zorgen. De HiFi sector, vooral het HighEnd gedeelte, worden steeds kleiner en men is vaak zelfs bang dat ze helemaal zullen verdwijnen. Dat heeft diverse oorzaken, maar snobisme speelt hierin zeker ook een rol.

De snob voelt zich beter

Natuurlijk is snobisme ons allemaal bekend. En natuurlijk willen we ons allemaal graag belangrijker voordoen dan we zijn. Sterker nog, snobisme hoort bij de menselijke natuur. Niks vreemds aan. In het videogesprek van Audioholics komen twee aspecten van snobisme naar voren die vaak in definities ervan terugkomen: zich beter (bijvoorbeeld verfijnder of beschaafder) willen voordoen dan men is en zich beter voelen dan anderen. Laten we eens op die twee elementen voortbouwen.

In de Economie worden zogenaamde snobeffecten uitvoerig beschreven. Zo zijn er producten waarvan de prijs als graadmeter wordt beschouwd voor de kwaliteit. Als je wat goeds wilt hebben moet je er genoeg voor willen neertellen is in eerste aanleg de gedachte. Maar, kun je die redenering ook omkeren? Is een duur product ook beter? Als dat zo is kun je door zo’n duur product te kopen laten zien dat je kwaliteit belangrijk vindt. Bovendien laat je dan meteen ook zien dat je rijk genoeg bent om het te kunnen kopen. Het mes snijdt aan twee kanten. Dit wordt nog versterkt als een product het etiket van exclusiviteit kan krijgen, als de bezitter daarmee kan laten zien bij een kleine aangewezen club van eigenaars te horen. Een hoge prijs kan die exclusiviteit verder benadrukken.

Snobisme als verdienmodel

Een fabrikant kan proberen een snobeffect te versterken en in zijn verdienmodel te integreren. Bijvoorbeeld door een marketingcampagne die de onbetwijfelbare kwaliteit van het product beklemtoont en die laat zien dat vooral bemiddelde mensen met een verfijnde smaak het product kopen. Nog mooier wordt het als een koper het gevoel krijgt dat vooral een select gezelschap, de happy few, dit product gebruikt en kán gebruiken. Soms zorgt de aanbieder ervoor dat de bezitters van het product elkaar kunnen bereiken of elkaar kunnen (her)kennen, bijvoorbeeld door gebruikersdagen te organiseren. Bij zo’n marketinginsteek hoort natuurlijk een hoge prijs. Overigens, ook de bewoordingen waarin zo’n marketingcampagne wordt gevoerd en de vormgeving ervan benadrukken exclusiviteit en het hogere segment waarin het product zit. Als bezitters van dit exclusieve product vervolgens door hun gedrag, bijvoorbeeld in hun sociale omgeving of op forums, anderen buiten de groep plaatsen wordt de marketinginsteek van de verkoper nog versterkt.

Kopers en verkopers werken samen

In zo’n geval werken de kopers en verkopers eigenlijk samen om de sector minder toegankelijk te maken voor anderen. Een hoge prijs versterkt dit effect nog eens. De kopers behouden zo hun imago van exclusiviteit en kwaliteit. De verkoper, bijvoorbeeld de fabrikant, neemt in dit verdienmodel een kleinere afzet voor lief omdat de prijs hoog ligt, zelfs als dit extra marketinginspanningen vereist. Voor dit deel van de industrie ontstaat zo een hoge prijs en een kleine afzet in combinatie met een exclusief imago.

We zijn er zelf bij

“Is Audiophile Snobbery Ruining our Hobby?” Nou, dat lijkt me niet. Om te beginnen omdat ‘ruining’ erg sterk is uitgedrukt. Maar bovendien is snobisme geen op zichzelf staand verschijnsel dat je aan of uit kunt zetten. Snobisme hoort bij ons mensen, het is onderdeel van de hobby.

Het is wel duidelijk dat snobisme, naast allerlei andere factoren, een kleinere industrie in de hand werkt. Wanneer we ons daarover zorgen maken moeten we ons realiseren dat die kleinere industrie ontstaat in het samenspel van fabrikanten en ons consumenten. Wij geven fabrikanten de mogelijkheid om snobeffecten te gebruiken, op te nemen in hun verdienmodel. We zijn zelf ook onderdeel van onze hobby.

Is snobisme in de HiFi en HighEnd daarmee verwerpelijk? Dat lijkt me ook niet. We zijn mensen, wij hebben deze hobby. Wij kopen de producten en wij genieten ervan mét de snobistische inslag die soms in meerdere en soms in mindere mate bij ons hoort. Laten we hopen dat mooie producten met een hoog snobeffect zichzelf niet uit de markt prijzen en dat er voldoende mooie producten blijven bestaan waar minder snobeffecten aan kleven. Dat kunnen we in elk geval bevorderen door ons te realiseren wat onze rol hierin is en ons af te vragen of we ons gedrag willen aanpassen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in